We streven naar zoveel mogelijk vaste klasgroepen met één klasleraar die het groepsgebeuren ondersteunt en opvolgt. Samenzettingen zullen,indien noodzakelijk, steeds samenzettingen met dezelfde klasgroepen zijn.
De klasleerkracht is verantwoordelijk voor de leerlingenbegeleiding, in de eerste plaats voor de leerlingen van de klas waarvoor hij dit schooljaar de verantwoordelijkheid draagt. Hij is het eerste aanspreekpunt voor leerlingen en ouders. Allerlei problemen van de individuele leerling (gezondheid, studiekeuze en motivatie, problemen van financiële aard, socio-emotionele problemen) kunnen besproken worden. Ook leerlingenbegeleiding van de ganse klasgroep wordt aan de klasleerkracht toevertrouwd: spanningen binnen de klas, pesten, ondermaats presteren...
Vakleerkrachten begeleiden leerlingen vanuit hun vak: leerlingen kunnen bij hen terecht met vragen rond het vak, studiemethode, bijkomende uitleg.
Binnen de les: gezamenlijke en individuele begeleiding.
Buiten de les: leerlingen kunnen rekenen op ondersteuning en inhaallessen bij leermoeilijkheden en bij langdurige afwezigheid.
Ook persoonlijke problemen van een leerling of problemen binnen een klas, kunnen bij vakleerkrachten aangekaart worden. Vakleerkrachten kunnen met deze problemen te rade gaan bij de klasleerkracht en bij de begeleidende klassenraad.
Minstens 2x per schooljaar (oktober en februari) is er een begeleidende klassenraad rond de ontwikkeling van de leerlingen en de klasgroep. Voor de tweede graad zijn er bovendien nog twee klassenraden (december en maart) om de examenresultaten te evalueren, de studieoriëntering van de leerlingen te bespreken. Voor de derde graad zijn er eveneens twee klassenraden (december en maart) waar de resultaten van de proefwerken in het eerste semester besproken worden, en waar, voor het zesde jaar, de studiekeuze voor het hoger onderwijs aan de klassenraad wordt voorgelegd.
Deze deeltijds vrijgestelde leerkrachten zijn aanspreekpunt voor klasleerkracht en vakleerkrachten indien de problemen een gerichtere en intensievere aanpak vragen. Zij zijn tevens contactpersoon voor de CLB-medewerkers indien de behandeling van het probleem aan professionele derden moet toevertrouwd worden.
Zij staan eveneens in voor de opvang van leerlingen met leermoeilijkheden. Na het eerste maandrapport maken ze een inventaris van de leerlingen met een groot aantal tekorten (meer dan 4, minder dan 55%).
Bij de leerlingen van het derde en het vierde jaar wordt een test gedaan om de studiegewoonten te diagnosticeren. Leerlingen met slechte resultaten voor DW op het maandrapport en een slechte studiemethode worden uitgenodigd voor een gesprek. In dat gesprek wordt gezocht naar de eventuele problemen en krijgt de leerling de kans zijn studiehouding, studiemethode te verbeteren.
Na de proefwerken van het eerste trimester krijgen de leerlingen van de tweede graad de gelegenheid een tevredenheidstest in te vullen. Via deze test wordt aan de leerlingen gevraagd na te denken over hun eigen studiehouding, de reden waarom ze slecht scoorden op bepaalde vakken, na te denken over mogelijke oorzaken.
Aan de hand van de verzamelde gegevens wordt er na de kerstvakantie een diagnose van de leermoeilijkheden geformuleerd en een voorstel voor remediëring. Aan de leerlingen van de tweede graad wordt de gelegenheid geboden enkele sessies te volgen rond leerstrategieën.
De leerlingen van de derde graad krijgen eveneens de kans hun studiegewoonten kritisch te bekijken. Ook zij zullen gelegenheid krijgen te werken aan leerstrategieën.
Voor de leerlingen van het vierde jaar TSO zorgt de leerlingenbegeleiding ook voor de studiekeuzebegeleiding naar de derde graad. Via een enquêteformulier wordt gepeild naar de interesses en de belangstelling van de leerling. Deze worden getoetst aan de verwachtingen en de inzichten van de klassenraad in verband met slaagkansen in de gekozen studierichting.
Specifiek voor de leerlingen van het zesde jaar TSO en het zevende jaar BSO, zorgt de leerlingenbegeleiding, samen met de klasleerkracht en de CLB-medewerker, voor de voorbereiding van de studiekeuze naar het Hoger onderwijs. De geformuleerde keuzes worden grondig besproken met de begeleidende klassenraad, waarna de leerling hiervan een schriftelijk verslag ontvangt.
Naast een infosessie over de structuur en de mogelijkheden in het hoger onderwijs, een bezoek aan de SID-in (studie-informatiedagen in de Brabanthal te Leuven), organiseren we in de maand februari een contactavond met oudleerlingen van de school.
Naast de opvang van leerlingen met leermoeilijkheden en het voorbereiden van de studiekeuze, zorgen de leerlingenbegeleiders, samen met klasleerkracht en directie, voor de opvang van leerlingen met socio-emotionele moeilijkheden (bijv. faalangst, pesten). Samen met de CLB-medewerker en de directie wordt gezocht naar een mogelijke strategie om het probleem aan te pakken.
In overleg met de directie, zijn ze medeverantwoordelijk voor de opvang van leerlingen met leerstoornissen (dyslexie, dysorthografie, ADHD, ...). De directie onderzoekt met de leerlingenbegeleiders en de klassenraad, de mogelijkheid van een individuele afsprakennota met dispenserende en compenserende maatregelen.
Wekelijkse vergadering rond de begeleiding van individuele leerlingen met als participanten de leerlingenbegeleiders, de CLB-medewerker(s), de directie. Indien gewenst zullen ook de klasleerkracht/vakleerkrachten op deze vergadering uitgenodigd worden.